ECLI:NL:HR:2000:AA5127
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over kwijtschelding en informele kapitaalstortingen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die door haar moedervennootschap werd gefinancierd via in rekening-courant verstrekte gelden en kwijtscheldingen, kreeg voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de kwijtscheldingen niet uitsluitend op de aandeelhoudersrelatie berustten en verwierp de stelling dat de geldleningen schijnhandelingen waren.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof zijn beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd met betrekking tot de stelling dat de geldleningen onder omstandigheden zijn verstrekt waardoor de vordering in rekening-courant geheel of gedeeltelijk waardeloos is. Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De zaak betreft complexe fiscale vraagstukken rondom de kwalificatie van kwijtscheldingen en informele kapitaalstortingen binnen een concernrelatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.