ECLI:NL:HR:2000:AA5522
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Jansen
- raadsheer O. de Savornin Lohman
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over dwangsom bij omgangsregeling en verwijst zaak terug
De zaak betreft een echtscheidingsprocedure tussen de vader en moeder van een minderjarig kind, waarbij de rechtbank de moeder belastte met het gezag en een omgangsregeling voor de vader vaststelde. De rechtbank verbond aan de omgangsregeling een dwangsom bij niet-nakoming. De moeder stelde hoger beroep in tegen de dwangsom, waarop het Hof Amsterdam deze dwangsom vernietigde omdat de omgangsregeling volgens het Hof geen veroordeling tot nakoming inhield waarop een dwangsom kon worden gebaseerd.
De vader stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat de beschikking van de rechtbank geen veroordeling tot nakoming inhield en dat het Hof zijn taak als appelrechter had miskend door niet te beoordelen of alsnog een veroordeling en dwangsom toegewezen moesten worden. Daarnaast was het Hof tekortgeschoten in zijn motiveringsplicht.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt de procedure voortgezet om duidelijkheid te verkrijgen over de toewijzing van een dwangsom bij de omgangsregeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam over de dwangsom en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.