ECLI:NL:HR:2000:AA5650
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vergoeding niet-genoten vakantiedagen en roostervrije dagen bij beëindiging arbeidsrelatie
Tussen eiser en Tebecon B.V. bestond een arbeidsrelatie die in januari 1994 met wederzijds goedvinden eindigde. Partijen hadden een rekening-courantverhouding waarin onder meer leningen en opnames werden verwerkt. Eiser vorderde vergoeding van niet-genoten vakantiedagen en roostervrije dagen (ADV/ATV-dagen).
De Rechtbank oordeelde dat deze vorderingen verjaard waren op grond van de korte verjaringstermijn van art. 7A:1638ll lid 2 onder c (oud BW). De Hoge Raad stelde echter dat deze korte verjaringstermijn niet rechtstreeks van toepassing is op vorderingen gebaseerd op ADV-regelingen die zijn bedoeld om werkgelegenheid te bevorderen, en dat een analoge toepassing uit rechtszekerheidsoverwegingen niet aan de orde is.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen van 7 mei 1996 en 2 juni 1998 en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor nadere beoordeling van de vorderingen, waarbij het hof ook de aard van de ADV-regeling moet vaststellen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank het beroep op verrekening en de gevolgen van verjaring onvoldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad veroordeelde Tebecon tot betaling van de proceskosten in cassatie en wees op de stelplicht en bewijslast die het hof bij de verdere behandeling moet beoordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere vonnissen over verjaring van aanspraken op niet-genoten ATV-dagen en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.