ECLI:NL:HR:2000:AA5677
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt HvJ EU over winstbeoogdheid bij sportvereniging en omzetbelastingvrijstelling
Belanghebbende, een sportvereniging met een golfcomplex, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd omdat de Inspecteur meende dat de vrijstelling voor diensten van sociale of culturele aard niet van toepassing was wegens winstbeoogdheid. De vereniging stelde dat de dagcontributies en exploitatieoverschotten niet tot winstbeoogdheid leidden, omdat deze werden aangewend voor de instandhouding van de sportfaciliteiten.
Het Hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en oordeelde dat sprake was van systematisch winststreven, waardoor de vrijstelling niet van toepassing zou zijn. De Hoge Raad stelde echter vragen over de interpretatie van het begrip 'winstbeoogdheid' in de Zesde richtlijn, met name of alleen de resultaten van sportgerelateerde diensten of ook andere prestaties moeten worden meegewogen, en hoe om te gaan met exploitatieoverschotten.
De Hoge Raad verzocht het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over deze punten, waaronder de betekenis van systematisch versus incidenteel winststreven en de toerekening van kosten. De zaak werd geschorst in afwachting van het oordeel van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de zaak en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de winstbeoogdheid bij sportverenigingen.