ECLI:NL:HR:2000:AA5802
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- H.A.M. Aaftink
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie zwaar lichamelijk letsel en betrouwbaarheid bewijs in schietzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door een schotwond aan het been van het slachtoffer. Het hof had verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit maar veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde zware mishandeling.
Het cassatieberoep richtte zich op twee punten: de kwalificatie van het letsel als zwaar lichamelijk letsel en de betrouwbaarheid van de identificatie via een fotoconfrontatie. De Hoge Raad bevestigt dat het letsel, bestaande uit een schotwond met in- en uitschot, het ziekenhuisbezoek en het langdurig verband, terecht als zwaar lichamelijk letsel is aangemerkt. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
Ten aanzien van de fotoconfrontatie oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was om de betrouwbaarheid van de gebruikte bewijsmiddelen nader te motiveren. De keuze van bewijsmateriaal is aan de feitenrechter voorbehouden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, die hier niet aanwezig zijn. Het cassatieberoep wordt dan ook verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling wordt bevestigd.