Uitspraak
1.primair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] heeft geschoten;
1.subsidiair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer schotverwonding(en) in elleboog en bovenbeen met dientengevolge een breuk in de elleoog en zenuwletsel (verbrijzelde elleboog) en/of een breuk in de bovenbeen), heeft toegebracht, door met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] te schieten;
2.primair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 2] heeft geschoten;
2.subsidiair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer schotverwonding(en) in buik met darm en/of blaasletsel), heeft toegebracht, door met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 2] te schieten;
3.hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 3] heeft geschoten;
4.primair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 4] heeft geschoten;
4.subsidiair:hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel ((een) beschadigde oogzenuw(en) en/of oogkas(sen), heeft toegebracht, door met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, eenmaal of meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 4] te schieten;
5.hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, (in een overvol/drukke uitgaansgelegenheid) met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meermalen om zich heen heeft geschoten, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een open vleeswond aan een hand (welke is/moest worden gehecht), heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan;
6.hij op of omstreeks 09 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II of III, in elk geval een wapen in de zin van de Wet Wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad.
ten gevolge van de wond aan zijn hand (en de beperkte knijpfunctie)tijdelijk is uitgevallen of gehinderd is in de uitvoering van een (bij)baan kan dus ook niet worden gezegd dat uit die verwonding tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van [slachtoffer 5] is ontstaan. Dit brengt mee dat het verweer doel treft en de verdachte van het onder 5 als eerste cumulatief ten laste gelegde onderdeel moet worden vrijgesproken.
1.primair:hij op 9 november 2014 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen, meermalen naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] heeft geschoten;
2.primair:hij op 9 november 2014 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen, naar voornoemde [slachtoffer 2] heeft geschoten;
5.5.hij op 9 november 2014 te Amsterdam roekeloos (in een drukke uitgaansgelegenheid) met een vuurwapen meermalen heeft geschoten ten gevolge waarvan de aanwezige bezoekers in paniek richting de uitgang van voornoemde uitgaansgelegenheid zijn gerend en [slachtoffer 6] ten val is gekomen en door een of meer bezoekers is overlopen, waardoor het aan zijn, verdachte's, schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer 6] heeft bekomen zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de beroepsbezigheden van deze was ontstaan;
6.hij op 9 november 2014 te Amsterdam een wapen van categorie II of III voorhanden heeft gehad.
materiële schademet een omvang van
€ 2.253,69heeft geleden.
immateriële schadeop de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW Pro naar maatstaven van billijkheid schatten op
€ 20.000,00, waarbij in het bijzonder is gelet op de genoemde gevolgen van de schietpartij en op de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen (in het bijzonder bij vergelijkbare letsels aan armen en benen en vergelijkbare psychische klachten) door rechters is toegekend. Voor het overige gaat toekenning van de gevorderde vergoeding voor immateriële schade de grenzen van de billijkheid te buiten, zodat dat deel zal worden afgewezen.
materiële schademet een omvang van
€ 30.000,00heeft geleden.
immateriële schade, daarom slechts tot een bedrag van
€ 4.120,00worden toegewezen.
maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrechtdan ook opleggen ten bedrage van (€ 30.000,00 + € 50.000,00 = )
€ 80.000,00.
kostenheeft gemaakt
ten behoeve van rechtsbijstanden wel tot het opgevoerde bedrag van
€ 2.000,00, zulks gelet op de overgelegde declaraties. Deze kosten zijn zijdens de verdachte niet betwist. Gelet op het voorgaande zal het hof de verdachte op de voet van artikel 592a Sv veroordelen tot vergoeding van de gemaakte kosten van rechtsbijstand, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op voornoemd bedrag.
met november 2020
materiële schademet een omvang van
€ 7.456,00heeft geleden.
immateriële schadeop de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW Pro naar maatstaven van billijkheid schatten op
€ 50.000,00, waarbij in het bijzonder is gelet op
materiële schademet een omvang van
€ 962,33heeft geleden.
immateriële schadeop de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW Pro naar maatstaven van billijkheid schatten op het door de rechtbank toegewezen bedrag van
€ 1.000,00. Daarbij is in aanmerking genomen dat, mede gelet op de geneeskundige verklaringen van het AMC van 9 en 20 november 2014, vast staat dat de linkerarm van [slachtoffer 6] uit de kom is geraakt, waarbij een botbreuk en een verwonding aan het kraakbeen is ontstaan, waarna hij een mitella heeft moeten dragen en gedurende 6 weken beperkt is geweest in zijn dagelijkse bezigheden. Ook is meegewogen dat – onweersproken – is gesteld dat [slachtoffer 6] nog altijd pijnklachten heeft bij het maken van bepaalde bewegingen en dat diens huisarts te kennen heeft gegeven dat die klachten niet meer over zullen gaan. Tot slot is gelet op de schadevergoeding die in soortgelijke gevallen (in het bijzonder ter zake van vergelijkbare schade aan de ledematen) door rechters is toegekend.
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) jaren.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 22.253,69 (tweeëntwintigduizend tweehonderddrieënvijftig euro en negenenzestig cent) bestaande uit € 2.253,69 (tweeduizend tweehonderddrieënvijftig euro en negenenzestig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 230.000,00 (tweehonderddertigduizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 22.253,69 (tweeëntwintigduizend tweehonderddrieënvijftig euro en negenenzestig cent) bestaande uit € 2.253,69 (tweeduizend tweehonderddrieënvijftig euro en negenenzestig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 34.120,00 (vierendertigduizend honderdtwintig euro) bestaande uit € 30.000,00 (dertigduizend euro) materiële schade en € 4.120,00 (vierduizend honderdtwintig euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€2.000,00 (tweeduizend euro).
€ 80.000,00 (tachtigduizend euro) bestaande uit € 30.000,00 (dertigduizend euro) materiële schade en € 50.000,00 (vijftigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
181 (honderdeenentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 57.456,00 (zevenenvijftigduizend vierhonderdzesenvijftig euro) bestaande uit € 7.456,00 (zevenduizend vierhonderdzesenvijftig euro) materiële schade en € 50.000,00 (vijftigduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 57.456,00 (zevenenvijftigduizend vierhonderdzesenvijftig euro) bestaande uit € 7.456,00 (zevenduizend vierhonderdzesenvijftig euro) materiële schade en € 50.000,00 (vijftigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
130 (honderddertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 1.962,33 (duizend negenhonderdtweeënzestig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 962,33 (negenhonderdtweeënzestig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schadeaf.
€ 1.962,33 (duizend negenhonderdtweeënzestig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 962,33 (negenhonderdtweeënzestig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.