ECLI:NL:HR:2000:AA6303

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00768/99 A
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • F.H. Koster
  • H.A.M. Aaftink
  • A.M.M. Orie
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a ROArt. 321 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens innerlijke tegenstrijdigheid tenlastelegging verduistering ticket

De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeeld voor verduistering van een business class-ticket en medeplegen van valsheid in geschrifte, met een gevangenisstraf van dertig dagen waarvan negentien voorwaardelijk.

In cassatie stelde de verdachte onder meer dat de bewezenverklaring en kwalificatie van de verduistering niet deugdelijk waren gemotiveerd. De Hoge Raad stelde vast dat de tenlastelegging onder 1 innerlijk tegenstrijdig was omdat het enkel onder zich houden van het ticket, dat niet werd gebruikt vanwege de gezondheidstoestand van de echtgenote, niet zonder meer tot verduistering kan leiden.

Daarom verklaarde de Hoge Raad de tenlastelegging onder 1 nietig en vernietigde het vonnis voor dat onderdeel. De zaak werd terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Tevens werd de tijd in voorarrest in mindering gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf.

Het arrest werd uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president van de Hoge Raad op 27 juni 2000.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor het onderdeel verduistering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

27 juni 2000
Strafkamer
nr. 00768/99 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie
tegen een vonnis van het
Gemeenschappelijk Hof van
Justitie van de Nederlandse
Antillen en Aruba van
18 mei 1999 in de strafzaak
tegen:
[verdachte], geboren op [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 1951, wonende op [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba van 4 december 1998 - de verdachte ter zake van 1. "verduistering, waarbij de schuldige het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft" en 2. "medeplegen van valsheid in geschrifte" veroordeeld tot dertig dagen gevangenisstraf, waarvan negentien dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
1.2. De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad vaststelt dat de tenlastelegging onder 1 op een onderdeel innerlijk tegenstrijdig is en dat de Hoge Raad de inleidende dagvaarding in zoverre nietig zal verklaren, alsmede dat de Hoge Raad de in voorarrest doorgebrachte tijd op het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal brengen, met verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van de bestreden uitspraak naar aanleiding van het eerste middel en ambtshalve
3.1. Het eerste middel komt met een aantal klachten op tegen de motivering van hetgeen onder 1 is bewezenverklaard en de daaraan door het Hof gegeven kwalificatie.
3.2. Voor wat betreft de onder 1 bewezenverklaarde handelingen van de verdachte met betrekking tot een ticket houden de gebezigde bewijsmiddelen in dat de verdachte een (business class-)ticket heeft ontvangen ten behoeve van het maken van een dienstreis, dat hij deze dienstreis niet heeft gemaakt tengevolge van de gezondheidstoestand van zijn echtgenote en dat hij dat ticket vervolgens geruime tijd onder zich heeft gehouden.
Uit het onder deze omstandigheden onder zich houden van dat ticket kan niet zonder meer volgen dat de verdachte zich dat ticket heeft toegeëigend. De bewezen-verklaring onder 1 is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
4. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3.2 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt het vorenoverwogene mee dat het eerste middel voor het overige en het derde middel geen bespreking behoeven en dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde gegeven beslissingen en de strafoplegging;
Verwijst de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster, H.A.M. Aaftink, A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 27 juni 2000.