ECLI:NL:HR:2000:AA6314
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onverbindendheid passagiersheffing binnenhavengeld gemeente Harlingen
Belanghebbende heeft over het tijdvak januari tot april 1992 binnenhavengeld betaald aan de gemeente Harlingen, gebaseerd op een Verordening die een passagiersheffing omvatte. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof.
Het Hof vernietigde het besluit van het college en oordeelde dat de passagiersheffing niet in verhouding stond tot het gebruik van het gemeentewater, waardoor de heffing willekeurig en onredelijk was en de Verordening onverbindend. De gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'gebruik van de haven' in de Verordening beperkt is tot het watergebied en niet de havenfaciliteiten omvat. De passagiersheffing, die afhankelijk is van het aantal passagiers, beïnvloedt de mate van gebruik van het water niet en leidt tot een willekeurige belastingheffing. Daarom is de Verordening wat betreft deze heffing onverbindend. Het cassatieberoep wordt verworpen en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Harlingen wordt verworpen en de passagiersheffing binnenhavengeld is onverbindend wegens willekeur en onredelijkheid.