ECLI:NL:HR:2000:AA6594

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33865
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • G.J. Zuurmond
  • A.G. Pos
  • L. Monné
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 WaterschapswetArt. 3:45 Algemene wet bestuursrechtArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling formele eisen kennisgeving ingezetenenomslag Waterschap 1996

Belanghebbende werd voor het jaar 1996 een ingezetenenomslag van ƒ 16,-- opgelegd door het Waterschap Vallei en Eem. Na bezwaar handhaafde het dagelijks bestuur deze heffing. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Het geschil betrof de vraag of de kennisgeving van de ingezetenenomslag op de termijnspecificatie voldeed aan de formele eisen van artikel 125 van Pro de Waterschapswet. Het middel stelde dat essentiële gegevens zoals het jaar van heffing, registratienummer, wijze van betaling en bezwaarprocedure ontbraken en dat de kennisgeving niet van het Waterschap zelf afkomstig leek.

De Hoge Raad oordeelde dat de combinatie van de termijnspecificatie en de meegezonden informatiefolder samen voldoende duidelijkheid verschaffen over de heffing, de periode en de instantie. Het ontbreken van een verwijzing naar de folder op de termijnspecificatie en het algemene karakter van de folder deden hieraan niet af. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de kennisgeving van de ingezetenenomslag voldoet aan de wettelijke eisen.

Uitspraak

Nr. 33865
25 juli 2000
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 oktober 1997 betreffende na te melden van hem over het jaar 1996 geheven ingezetenenomslag van het waterschap Gelderse Vallei en Eem (hierna: het Waterschap).
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof
Van belanghebbende is aan ingezetenenomslag van het Waterschap over het jaar 1996 een bedrag geheven van
ƒ 16,--, welke heffing, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van Dijkgraaf en Heemraden van het Waterschap (hierna: het dagelijks bestuur) is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van het dagelijks bestuur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van het waterschap Vallei en Eem (rechtsopvolger van het waterschap Gelderse Vallei en Eem, hierna ook: het Waterschap) heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat de grief van belanghebbende, welke inhoudt dat de wijze waarop de aanslag van de ingezetenenomslag hem bekend is gemaakt, niet voldoet aan de formele vereisten die tenminste aan een belastingaanslag behoren te worden gesteld, faalt. Het heeft hiertoe redengevend geoordeeld dat de aan belanghebbende toegezonden termijnspecificatie waarop de ingezetenenomslag is vermeld, niet los kan worden gezien van de daarbij meegezonden informatiefolder Ingezetenen-omslag 1996 en dat uit deze geschriften gezamenlijk voldoende blijkt met betrekking tot welke periode en door welke instantie de ingezetenenomslag van ƒ 16,-- is geheven.
3.2 Het middel bestrijdt niet dat uit de termijnspecificatie tezamen met de volgens de in cassatie niet bestreden vaststelling van het Hof bij die termijnspecificatie gevoegde informatiefolder - door het Hof aangeduid als informatieformulier - voldoende duidelijk blijkt met betrekking tot welke periode en door welke instantie de ingezetenenomslag van ƒ 16,-- is geheven, doch betoogt dat de vermelding van de ingezetenenomslag van ƒ 16,-- op de termijnspecificatie van A niet voldoet aan de eisen die ten minste moeten worden gesteld aan een kennisgeving van het gevorderde bedrag als bedoeld in artikel 125 van Pro de Waterschapswet (tekst 1996), omdat daarop moeten zijn vermeld het jaar van heffing, registratienummer, de wijze van betaling en de mogelijkheid van bezwaren, terwijl deze kennisgeving dient uit te gaan van het Waterschap zelf ofwel dient in te houden de aanduiding van welk waterschap de kennisgeving afkomstig is. Voorts betoogt het middel dat niet voldoende is dat van die gegevens blijkt uit een meegezonden informatiefolder, nu op de termijn-specificatie niet naar de folder wordt verwezen, deze van algemene aard is en dient voor algemeen gebruik.
De klachten falen. Het Hof is terecht ervan uitgegaan dat voldoende is dat uit de vermelding van de ingezetenenomslag op de termijnspecificatie van A en de inhoud van de daarbij gevoegde informatiefolder tezamen voldoende duidelijk blijkt met betrekking tot welke periode en door welke instantie de ingezetenenomslag is geheven, en dat voormelde informatiefolder een rechtsmiddeleninstructie als bedoeld in artikel 3:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bevat. Daaraan doet, anders dan het middel verdedigt, niet af dat - hoezeer dit wenselijk ware geweest - op de termijnspecificatie niet naar de folder wordt verwezen en deze laatste van algemene aard is en voor algemeen gebruik dient.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 25 juli 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, L. Monné en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier I. de Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.