ECLI:NL:HR:2000:AA7039
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing eigendomsvordering plantage Malpais op Curaçao
In deze zaak stond de eigendom van de plantage Malpais alias Gato op Curaçao centraal, die volgens testament van 1808 was nagelaten aan de vrijgemaakte slaven van de weduwe van dominee. De erfgenamen van erflater A vorderden in reconventie dat zij eigenaar waren van de plantage, stellende dat hun rechtsvoorganger door verjaring de eigendom had verkregen.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde de vorderingen van de tegenpartij niet-ontvankelijk en liet de vordering van de erfgenamen van erflater A buiten behandeling omdat deze voorwaardelijk was ingesteld. Het Hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat het eerdere vonnis van 1988 gezag van gewijsde had en dat de rechtsvoorgangers van de erfgenamen niet te goeder trouw konden zijn geweest, omdat bekend was dat de plantage aan meerdere vrijgemaakte slaven toebehoorde.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van Chato Properties N.V. niet-ontvankelijk en verwierp het beroep van de erfgenamen van erflater A. De Hoge Raad bevestigde dat bezit te goeder trouw vereist is voor verkrijging door verjaring en dat dit ontbrak. De vordering tot verklaring van eigendom werd daarom afgewezen. De kosten van het cassatiegeding werden aan de eisers opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen van erflater A wordt verworpen en hun eigendomsvordering afgewezen wegens gebrek aan bezit te goeder trouw.