ECLI:NL:HR:2000:AA7106
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid kantonrechter en appellabiliteit van tussenvonnis in civiele procedure
In deze civiele procedure vorderde BSI bij de kantonrechter de terugname van een boiler en betaling van een bedrag, welke vorderingen door eiser werden bestreden met een incidentele exceptie van onbevoegdheid. De kantonrechter verklaarde zich bevoegd en wees de exceptie af. Vervolgens veroordeelde hij eiser tot medewerking en betaling. Eiser stelde hoger beroep in tegen zowel het incidentele vonnis als het eindvonnis, maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Eiser stelde daarop beroep in cassatie tegen het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad oordeelde dat de appellabiliteit van het incidentele vonnis wordt beheerst door die van het eindvonnis, en dat het beroep van eiser tegen het eindvonnis niet-ontvankelijk was, waardoor ook het beroep tegen het incidentele vonnis niet-ontvankelijk was. Het middel dat dit oordeel in strijd zou zijn met art. 157b lid 1 Rv werd verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat de wettelijke regels omtrent hoger beroep ook van toepassing zijn op tussenvonnissen waarbij de rechter zijn bevoegdheid heeft aangenomen, en dat hoger beroep tegen een dergelijke beslissing alleen openstaat indien het tegelijk met het hoger beroep tegen het eindvonnis wordt ingesteld. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.