ECLI:NL:HR:2000:AA7114
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting 1995 wegens schending hoor en wederhoor
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van f 86.294,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad constateerde dat de Inspecteur na de zitting stukken inzond die betrekking hadden op de aangifte, maar dat uit de stukken en de uitspraak niet bleek dat belanghebbende de gelegenheid had gekregen deze stukken in te zien en zich daarover uit te laten. Dit was een schending van het hoor en wederhoor-beginsel. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat de uitspraak van het Hof niet in stand kon blijven.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van het arrest. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van f 160,-- aan belanghebbende moest vergoeden.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten aan de zijde van belanghebbende volgens artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het arrest werd op 8 november 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof wegens schending van het hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.