ECLI:NL:HR:2000:AA7415
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1994, inclusief een verhoging van 100%, waarvan de inspecteur kwijtschelding verleende tot 50%. Belanghebbende maakte bezwaar, maar verklaarde dit niet te motiveren ondanks herhaalde verzoeken van de inspecteur. Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard door de inspecteur en deze beslissing werd bevestigd door het hof.
In cassatie stelde belanghebbende dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was, onder meer omdat haar adviseur had verzuimd de motivering in te dienen. De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 6:6 Awb Pro om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren na het verstrijken van de gestelde termijnen zonder motivering.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de wetsgeschiedenis geen grond biedt om af te wijken van de eis dat een bezwaarschrift gemotiveerd moet zijn. Ook werd geoordeeld dat de inspecteur niet verplicht was om correspondentie met de gemachtigde aan de belastingplichtige zelf toe te zenden. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting.