ECLI:NL:HR:2000:AA7792
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling valsheid in geschrift ondanks betwisting geheimhoudingsplicht Belastingdienst
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte werd veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf voor valsheid in geschrift. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Dordrecht en oordeelde dat verdachte onjuiste inkomsten had opgegeven op AWW/WAO-formulieren.
Verdachte voerde onder meer aan dat de Belastingdienst in strijd met de geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR Pro informatie had verstrekt, waardoor het strafrechtelijk onderzoek onrechtmatig zou zijn gestart. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verstrekte startinformatie niet afkomstig was uit een persoonsregistratie in de zin van de Wet persoonsregistraties, maar uit een belastingdossier.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep af. Er is geen onjuiste rechtsopvatting vastgesteld en de klachten over het ontbreken van een gewaarmerkt afschrift en de procedurele aspecten van informatieverstrekking worden verworpen. Het arrest benadrukt dat het VIV 1993 regels bevat ter bevordering van doelmatigheid, niet ter bescherming van rechten van derden.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep niet leidt tot cassatie en dat de bestreden uitspraak in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk.