ECLI:NL:HR:2000:AA8421
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat werkzaamheden voor ouders buiten familiehulp vallen en inkomen vormen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 22.082,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van het Hof.
De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende voor zijn ouders diverse werkzaamheden had verricht, waaronder schoonmaakwerkzaamheden en het verwijderen van afval, waarvoor hij een vergoeding ontving. Het Hof had geoordeeld dat deze vergoedingen inkomsten uit arbeid waren, omdat de werkzaamheden buiten het kader van gebruikelijke familiehulp vielen.
Hoewel het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te stellen dat alleen het bestaan van een causaal verband onvoldoende is om inkomsten uit arbeid aan te nemen, leidde dit niet tot cassatie omdat de feiten duidelijk maakten dat de werkzaamheden het kader van familiehulp te buiten gingen.
De Hoge Raad verwierp de klachten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is bevestigd dat vergoedingen voor dergelijke werkzaamheden als belastbaar inkomen moeten worden aangemerkt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vergoedingen worden als belastbaar inkomen aangemerkt.