ECLI:NL:HR:2000:AA8451
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker in cassatie zonder advocaat
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad verzocht om toestemming om zelf, zonder tussenkomst van een advocaat, cassatie in te stellen tegen een eerder arrest van het gerechtshof in een civiele zaak. De plaatsvervangend Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker. Verzoeker reageerde op deze conclusie, maar de Hoge Raad oordeelde dat volgens de wet een verzoekschrift in cassatie alleen in behandeling kan worden genomen indien het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
In dit specifieke geval, waarbij het verzoek bovendien op grond van artikel 407 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet voor inwilliging vatbaar was, bestaat er geen wettelijke grond voor een uitzondering op deze hoofdregel. Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek van verzoeker niet-ontvankelijk.
De beschikking werd gegeven door de raadsheren Fleers, de Savornin Lohman en Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Heemskerk op 24 november 2000.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om zonder advocaat cassatie toe te staan.