ECLI:NL:HR:2000:AA8849
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek studiekosten en basisbeurs in inkomstenbelasting 1996
In deze zaak ging het om de vraag of de aftrekbare studiekosten van een uitwonende student in 1996 verminderd moesten worden met het bedrag van de basisbeurs voor uitwonende studenten of met het lagere bedrag voor thuiswonende studenten. De Inspecteur had de aftrek verminderd met de volledige basisbeurs voor uitwonenden, terwijl belanghebbende betoogde dat dit moest gebeuren met het lagere bedrag voor thuiswonenden.
Het Hof had geoordeeld dat het verschil in behandeling tussen uitwonende en thuiswonende studenten een schending was van het discriminatieverbod uit artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, omdat het verschil niet was gerechtvaardigd door objectieve en redelijke gronden. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wetgever dit verschil in behandeling op grond van uitvoerbaarheid en eenvoud redelijkerwijs kon rechtvaardigen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. De Hoge Raad achtte geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. De zaak werd afgedaan zonder verdere verwijzing.
Deze uitspraak bevestigt de wettelijke regeling dat studiekosten slechts voor zover zij het bedrag van de basisbeurs voor uitwonende studenten te boven gaan, als buitengewone lasten aftrekbaar zijn, en dat dit verschil in behandeling tussen uitwonende en thuiswonende studenten niet onrechtmatig is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de aanslag van de Inspecteur met aftrek van studiekosten verminderd met de volledige basisbeurs voor uitwonende studenten.