ECLI:NL:HR:2000:AA8852
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken rechtstreeks verband bijdragen en diensten
Belanghebbende, opgericht door vijf universiteiten met als doel onderzoek en ontwikkeling van programmatuur, ontving vaste jaarlijkse bijdragen van zeven universiteiten. Het Hof oordeelde dat deze bijdragen vergoedingen waren voor diensten aan de universiteiten en legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op. De Hoge Raad stelde vast dat de bijdragen niet waren vastgesteld op basis van specifieke verrichte diensten jegens elke universiteit, maar los daarvan ter uitvoering van statutaire taken.
Het Hof had ten onrechte aangenomen dat er een rechtstreeks verband bestond tussen de bijdragen en de diensten, terwijl de Hoge Raad oordeelde dat dit verband ontbrak. Hierdoor konden de bijdragen niet als vergoeding in de zin van artikel 8, lid 1, Wet op de omzetbelasting 1968 worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en de naheffingsaanslag, en beval vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De zaak werd verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, met uitzondering van de beslissingen over griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de bijdragen van universiteiten geen vergoeding zijn voor specifieke diensten.