ECLI:NL:HR:2000:AA8862
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking toepassing omzetbelastingregeling voor reisorganisatoren
Belanghebbende, een reisorganisator, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1997. Na bezwaar werd deze verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende zich voor de berekening van de omzetbelasting kon beroepen op artikel 26 lid 2 van Pro de Zesde richtlijn zonder toepassing van lid 4. Het Hof oordeelde dit niet, omdat lid 4 onlosmakelijk verbonden is met lid 2, met name vanwege het ontbreken van recht op aftrek van voorbelasting.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Brinkmann Tabakfabriken GmbH) dat het beroep op een geïsoleerd onderdeel van een richtlijn niet mogelijk is. Tevens verwierp de Hoge Raad de bezwaren op grond van het EG-Verdrag inzake discriminatie en belastingdrukverschillen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest werd op 6 december 2000 uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.