Uitspraak
[woonplaats].
aRO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
11 januari 2000.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt centraal. De betrokkene was in eerste aanleg veroordeeld door de Politierechter, waarna zowel de betrokkene als het Openbaar Ministerie hoger beroep instelden bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Het hof vernietigde de uitspraak van de Politierechter en legde aan de betrokkene de verplichting op tot betaling van een geldbedrag aan de Staat, met subsidiair een hechtenisstraf. In het arrest van het hof werd echter onder het kopje 'Procesgang' abusievelijk niet vermeld dat ook het Openbaar Ministerie hoger beroep had ingesteld.
De Hoge Raad stelde vast dat dit een kennelijke misslag betrof en herstelde deze door het arrest dienovereenkomstig te lezen. Tevens verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de betrokkene, omdat het middel uitging van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de toepasselijkheid van artikel 450 lid 1 sub b Sv Pro op het aanwenden van rechtsmiddelen door het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en bevestigde de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep, waarmee het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de betrokkene wordt verworpen en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gehandhaafd.