ECLI:NL:HR:2001:AA9308
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid vervoerder bij diefstal container onder CMR-verdrag
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een vervoerder voor verlies van goederen door diefstal tijdens het vervoer van Rotterdam naar Aalsmeer. De vervoerder had een container met waardevolle goederen opgehaald en deze op een verlaten industrieterrein geparkeerd, waarna de container werd gestolen.
De vervoerder erkende aansprakelijkheid maar stelde dat deze beperkt was tot een bepaald bedrag. De verzekeraar Cigna, die de schade had vergoed en was gesubrogeerd, vorderde het volledige schadebedrag minus reeds betaalde sommen. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof kende de volledige vordering toe op basis van grove schuld van de chauffeur.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd bij de beoordeling van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld onder art. 29 CMR Pro. De maatstaf vereist dat de gedraging roekeloos is en met de wetenschap dat de schade waarschijnlijk zal volgen. Het hof had onterecht aangenomen dat de chauffeur zich bewust was van een grotere kans op diefstal dan niet. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste maatstaf voor opzet en roekeloosheid onder art. 29 CMR.