ECLI:NL:HR:2001:AA9849
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over leasetermijnen en financieringskosten in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar en een ambtshalve beschikking werd verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ7.107.930. Tegen deze uitspraak kwam belanghebbende in beroep bij het Hof Amsterdam, waarna de zaak via cassatie bij de Hoge Raad terechtkwam. De Hoge Raad vernietigde het arrest van 31 augustus 1998 en verwees de zaak naar het Hof Den Haag.
Het Hof Den Haag vernietigde vervolgens de eerdere uitspraak en stelde de aanslag vast op een belastbaar bedrag van ƒ5.473.157. Belanghebbende stelde hiertegen cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte financieringskosten had betrokken bij de bepaling van het nettorendement van het bedrijfsmiddel. Volgens goed koopmansgebruik behoren alleen kosten die samenhangen met de voortbrenging van nutseenheden te worden meegenomen, niet de financieringswijze.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de aanslag vast op ƒ3.532.279. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende. Hiermee werd de fiscale aanslag aanzienlijk verminderd op grond van een correcte interpretatie van de leasetermijnen en financieringskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot ƒ3.532.279.