ECLI:NL:HR:2001:AA9900
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over onderhoudsbijdrage na echtscheiding en verwijst terug
De man en vrouw zijn gehuwd geweest en hebben een zoon die vóór het huwelijk is geboren. Na ontbinding van het huwelijk heeft de rechtbank bepaald dat de man aan de vrouw een maandelijkse onderhoudsbijdrage van ƒ 2.800 en aan de zoon ƒ 850 moet betalen. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de beschikking bekrachtigde. De man stelde cassatieberoep in tegen de onderhoudsbijdrage aan de vrouw en de bijdrage voor de zoon.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de onderhoudsverplichting terecht baseerde op de levensgemeenschap die het huwelijk heeft geschapen, waarbij behoefte en draagkracht de maatstaf vormen. Het hof heeft niet miskend dat de vrouw behoefte heeft aan onderhoud vanwege het huwelijk en de zorg voor het kind, ook al was het kind vóór het huwelijk geboren en woonden partijen niet samen.
Wel vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over de hoogte van de onderhoudsbijdrage aan de vrouw, omdat het hof onjuist heeft gemotiveerd waarom rekening wordt gehouden met de proceskosten en omdat het hof ten onrechte uitging van een dubbele berekening van het salaris en tantième van de man. De zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Het incidentele cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de bijdrage voor de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon niet meer ter beoordeling staat omdat dit niet in cassatie is aangevoerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de onderhoudsbijdrage aan de vrouw en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.