ECLI:NL:PHR:2001:AB2742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vaststelling alimentatie en draagkracht na echtscheiding
In deze cassatieprocedure staat de alimentatieplicht van een man tegenover zijn gewezen vrouw centraal, na hun echtscheiding waarbij de man een hoog inkomen geniet en de vrouw geen of weinig arbeidsinkomen heeft.
De man betwist de door het hof vastgestelde behoefte van de vrouw en diens draagkracht, onder meer omdat het hof rekening houdt met het volledige inkomen van de man, inclusief spaargelden en beleggingen, en met toekomstige pensioenvoorzieningen. Het hof oordeelde dat de vrouw recht heeft op een bijdrage van ƒ 10.000 per maand, gebaseerd op de welstand tijdens het huwelijk en de financiële omstandigheden van de man.
De Hoge Raad overweegt dat de feitenrechter ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van behoefte en draagkracht, en dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehuldigd. Ook is het niet onredelijk dat het hof rekening houdt met het feit dat de vrouw na de alimentatieperiode pensioenvoorzieningen moet treffen. Het bewijsaanbod van de man werd terecht gepasseerd vanwege de vaagheid en onpraktische aard van het bewijs.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het Hof 's-Gravenhage voor verdere behandeling, waarbij de beoordeling van de draagkracht en behoefte opnieuw kan plaatsvinden met inachtneming van de overwegingen in dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Hof 's-Gravenhage.