ECLI:NL:HR:2001:AA9987
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening verontreinigingsheffing bij hergebruik oppervlaktewater in mosselverwerking
Belanghebbende exploiteert een oester- en mosselverwerkend bedrijf aan de Oosterschelde en kreeg voor 1995 een aanslag in de verontreinigingsheffing opgelegd, gebaseerd op 2655 inwonerequivalenten. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De kern van het geschil was of de vervuilingswaarde van de met de mosselen ingenomen en deels weer geloosde tarra (afvalstoffen zoals slib, algen en dode mosselen) in mindering mocht worden gebracht bij de heffingsgrondslag.
Het Hof oordeelde dat deze tarra niet tot het ingenomen oppervlaktewater behoort en dat de aanslag terecht was berekend zonder mindering voor deze stoffen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat alleen de kwaliteit van het geloosde water relevant is voor de heffing. De ministeriële uitlatingen over het begunstigend beleid zien slechts op de vervuiling van het ingenomen oppervlaktewater zelf, niet op de met mosselen meegebrachte stoffen.
Verder wees de Hoge Raad een klacht over schending van mensenrechten af omdat deze niet eerder in het geding was ingebracht en cassatie geen onderzoek van feitelijke aard toestaat. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag in de verontreinigingsheffing bevestigd.