ECLI:NL:HR:1996:AA1822
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over korting op verontreinigingsheffing bij herlozing oppervlaktewater
N.V. X kreeg voor 1989 een aanslag opgelegd voor verontreinigingsheffing rijkswateren, berekend op basis van 4.600 inwonerequivalenten. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en door het Hof bevestigd. De kern van het geschil betrof de korting op de vervuilingswaarde van het geloosde water wegens het gebruik van oppervlaktewater als grondstof.
Belanghebbende exploiteert een waterfabriek die oppervlaktewater omzet in gedestilleerd water en het resterende water weer loost. De discussie ging over de omvang van de korting die mocht worden toegepast op de vervuilingswaarde van het geloosde water. N.V. X stelde aanspraak te maken op volledige aftrek van de ingenomen vervuiling, gebaseerd op een beleidsuitlating van de Minister van Verkeer en Waterstaat.
De Hoge Raad oordeelde dat de korting niet op volledige ingenomen vervuiling kan worden gebaseerd, maar dat alleen de kwaliteit van het geloosde water bepalend is voor de heffing. De beleidsregel van de Minister bindt het bestuursorgaan op grond van het vertrouwensbeginsel, maar de korting moet zodanig worden berekend dat een redelijk en billijk resultaat wordt bereikt. De zaak werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling vanwege onduidelijkheden over de berekeningswijze van de korting.
Uitkomst: Het beroep van N.V. X wordt verworpen, maar het arrest van het hof wordt vernietigd en verwezen wegens onvoldoende motivering over de berekeningswijze van de korting.