ECLI:NL:GHLEE:2010:BL8619
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- H.E. Kostense
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Geschil over correctie verontreinigingsheffing wegens onjuiste bemonstering en aftrek ingenomen oppervlaktewater
Belanghebbende exploiteert een kartonfabriek en was belastingplichtig voor de verontreinigingsheffing over het jaar 2000. De heffingsambtenaar corrigeerde de door belanghebbende opgegeven vervuilingswaarde met 509 vervuilingseenheden wegens onjuiste meting, bemonstering en analyse van het afvalwater. Tevens werd een aftrek van 110 vervuilingseenheden toegepast voor ingenomen oppervlaktewater dat indirect via de rwzi werd geloosd.
Belanghebbende betwistte de correcties en stelde dat de metingen representatief waren en dat zij recht had op aftrek van vervuilingswaarde ook voor afvalwater dat via de rwzi werd geloosd. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar niet in strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel handelde. Uit onderzoek bleek dat de bemonstering door belanghebbende niet voldeed aan de voorschriften, met name onvoldoende homogenisatie en onvoldoende koeling, waardoor de meetresultaten onbetrouwbaar waren.
Het hof stelde vast dat de correctie op de aangifte terecht was toegepast, ook voor de periode waarin afvalwater op de rwzi werd geloosd. De aftrek van vervuilingswaarde van ingenomen oppervlaktewater geldt ook bij indirecte lozing via de rwzi, omdat het afvalwater na zuivering alsnog op oppervlaktewater wordt geloosd. De aanslag werd verminderd tot € 78.305,80 en de heffingsambtenaar werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing wordt verminderd tot € 78.305,80.