ECLI:NL:HR:2001:AB0157
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat belastingaanslag vennootschapsbelasting niet kan worden herzien zonder instemming inspecteur
Belanghebbende, een Luxemburgse rechtspersoon, kreeg voor het jaar 1993 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde en de aanslag bevestigde.
Het geschil betrof de aftrekbaarheid van de ICCC en IF, waarbij het Hof oordeelde dat een tussen belanghebbende en de inspecteur gesloten overeenkomst verhinderde dat belanghebbende zonder instemming de aangifte kon wijzigen, ook al stelde belanghebbende dat het hier geen winstbelastingen maar vermogensbelastingen betrof.
De Hoge Raad bevestigde dat de oordelen van het Hof feitelijk en niet onbegrijpelijk zijn, waardoor het cassatieberoep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 21 februari 2001 in het openbaar uitgesproken door de derde kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.