ECLI:NL:PHR:2001:AB0157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gebondenheid aan fiscale vaststellingsovereenkomst ondanks onduidelijkheid over Luxemburgse belastingen
Belanghebbende, een Luxemburgse vennootschap met een vaste inrichting in Nederland, had met de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten over de toerekening van winst aan de Nederlandse vaste inrichting. Deze overeenkomst hield in dat de winst werd verdeeld volgens een winstsplitsingsmethode, waarbij 98% van de winst aan Nederland werd toegerekend.
Later bleek dat in de commerciële jaarrekening posten voor Luxemburgse belastingen naar vermogen (ICCC en IF) waren opgenomen die niet als kosten waren gepresenteerd en volgens belanghebbende aftrekbaar zouden moeten zijn. De Inspecteur weigerde dit en stelde dat de vaststellingsovereenkomst dit uitsloot. Het Hof stelde de Inspecteur in het gelijk en oordeelde dat belanghebbende niet zonder instemming van de Inspecteur haar aangifte mocht wijzigen.
De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst, ook al was er onduidelijkheid over de aard van de Luxemburgse belastingen. De Hoge Raad benadrukt dat een fiscaal compromis ook geldt als later blijkt dat feiten of rechtsregels anders zijn dan aanvankelijk aangenomen, tenzij het compromis evident in strijd is met de wet. Belanghebbende heeft geen beroep op dwaling gedaan en het bewijsaanbod werd door het Hof terecht niet gevolgd omdat het niet tot een ander oordeel had kunnen leiden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; zij is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst inclusief de niet-aftrekbaarheid van de Luxemburgse belastingen ICCC en IF.