ECLI:NL:HR:2001:AB0166
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over WOZ-waarde erfpachtrecht en bevestigt ambtshalve waardevermindering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak gelegen aan een adres te Z voor de periode 1997-2000, die aanvankelijk op f 169.000 was vastgesteld. Na bezwaar handhaafde de Directeur Gemeentebelastingen deze waarde, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Amsterdam. Tijdens het beroep verlaagde de Directeur ambtshalve de waarde tot f 154.000. Het Hof verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en stelde de waarde eveneens vast op f 154.000.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de beschikking onjuist was omdat deze niet aan haar, maar aan de gemeente als erfverpachter was gericht en dat de beschikking gesplitst had moeten worden in een deel voor de erfpachter en een deel voor de erfverpachter. De Hoge Raad verwierp deze klachten omdat de erfverpachter niet het genot krachtens eigendom of beperkt recht heeft en de Wet WOZ geen opsplitsing van de beschikking toestaat.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had over de proceskostenvergoeding en dat de overige klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad stelde vast dat het Hof de ambtshalve wijziging van de waarde door de Directeur had moeten handhaven en vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Directeur, behoudens enkele onderdelen. De beschikking zoals ambtshalve gewijzigd bleef gehandhaafd. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en handhaaft de ambtshalve waardevermindering van de WOZ-waarde tot f 154.000.