ECLI:NL:HR:2001:AB0185
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het kiesrecht voor uitlandige Antilliaanse Nederlanders en de grenzen van ingezetenschapsvereiste
Eisers, waaronder 18 woonachtig in Nederland en één in Aruba, vorderden dat aan hen uitlandig stemrecht voor de verkiezingen van de Staten van de Nederlandse Antillen zou worden toegekend. De lagere instanties wezen deze vordering af, waarbij werd geoordeeld dat het vereiste van ingezetenschap geen onredelijke beperking vormt onder het EVRM en IVBPR.
In cassatie betoogden eisers dat de uitsluiting van niet-ingezetenen onrechtmatig en discriminerend is, in strijd met internationale verdragen. De Hoge Raad overwoog dat het kiesrecht niet absoluut is en dat staten een ruime beoordelingsvrijheid hebben (margin of appreciation). De Nederlandse Antillen hebben het zelfbeschikkingsrecht om beperkingen aan het kiesrecht te stellen, waaronder het ingezetenschapsvereiste.
De Hoge Raad wees erop dat ook Nederland zelf beperkingen kent aan het kiesrecht op basis van ingezetenschap en dat de eisers die in Nederland wonen een spiegelbeeldige situatie ervaren. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ingezetenschapsvereiste voor het kiesrecht van de Nederlandse Antillen wordt bevestigd.