ECLI:NL:HR:2001:AB0963
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.A.M. Orie
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in drugszaken
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep door het hof is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen: de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep.
Ten aanzien van de redelijke termijn constateert de Hoge Raad dat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad bijna negen maanden zijn verstreken zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de straf verminderd moet worden.
Het tweede middel betrof de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep, gezien de tenlastelegging in eerste aanleg als overtreding en het subsidiaire misdrijf. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het OM ontvankelijk heeft verklaard en bevoegd was de zaak te behandelen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf tot 23 maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.