ECLI:NL:HR:2001:AB0987
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag premieheffing volksverzekeringen wegens geldige detacheringsverklaringen
Belanghebbende, een Duitse vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor premieheffing volksverzekeringen over de periode 1984-1986. De Inspecteur handhaafde de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en verlaagde de aanslag, waarna de Hoge Raad dit arrest vernietigde en verwees naar het Hof te ’s-Gravenhage. Het Hof bevestigde de vermindering van de aanslag zonder verhoging. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de detacheringsverklaringen, afgegeven door de Duitse socialezekerheidsinstantie, bindend zijn zolang zij niet zijn ingetrokken of ongeldig verklaard. De Inspecteur had deze verklaringen niet mogen negeren. Dit volgt uit de uitleg van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in het Fitzwilliam-arrest (C-202/97). Omdat de aanslag betrekking had op een periode waarin geldige detacheringsverklaringen van kracht waren, moest de naheffingsaanslag worden vernietigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Hiermee werd de aanslag definitief nietig verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag premieheffing volksverzekeringen wordt vernietigd wegens geldige detacheringsverklaringen.