ECLI:NL:HR:2001:AB1335
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bezitter dier voor letsel dierenarts door onberekenbaar gedrag paard
Op 4 juli 1995 liep een dierenarts tijdens het inenten van paarden op het bedrijf van de bezitter letsel op door het onverwachte en onberekenbare gedrag van een E-pony. De dierenarts vorderde aansprakelijkheid van de bezitter op grond van artikel 6:179 BW Pro. De rechtbank wees de vordering toe, het hof vernietigde het eindvonnis maar stelde de vordering alsnog toe. De Hoge Raad bevestigt dat de bezitter van het dier in beginsel aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door het onberekenbare gedrag van het dier, ook indien een behandelingsovereenkomst bestaat.
Het hof had geoordeeld dat de aansprakelijkheid niet werd uitgesloten door de overeenkomst en dat er geen aanwijzingen waren dat het gedrag van het paard voorspelbaar was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de dierenarts het risico van onberekenbaar gedrag niet zelf hoeft te dragen, tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de bezitter in de kosten van het geding. Hiermee wordt bevestigd dat de aansprakelijkheid van de bezitter van een dier op grond van artikel 6:179 BW Pro naast contractuele regelingen kan bestaan en niet zonder meer wordt uitgesloten door een behandelingsovereenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bezitter van het dier voor schade door onberekenbaar gedrag, ondanks de behandelingsovereenkomst met de dierenarts.