ECLI:NL:HR:2001:AB1458
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.A.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding
De betrokkene werd door het Hof veroordeeld tot betaling van negentigduizend gulden aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair driehonderd dagen hechtenis. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep en constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, omdat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad ruim acht maanden waren verstreken zonder bijzondere omstandigheden.
De Hoge Raad oordeelde dat ondanks deze termijnoverschrijding het belang van normhandhaving zwaarder weegt dan het belang van de betrokkene bij niet-ontvankelijkverklaring. Wel moet de betalingsverplichting worden verminderd. De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor wat betreft de hoogte van het bedrag en stelde de betalingsverplichting vast op tachtigduizend gulden.
Verder werd vastgesteld dat het hof abusievelijk verwees naar een vonnis in plaats van het juiste arrest waarin de betrokkene werd veroordeeld voor het gebruikmaken van een telecommunicatiedienst met valse signalen. De Hoge Raad corrigeerde deze vergissing en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd het arrest van het hof gedeeltelijk vernietigd en aangepast.
Uitkomst: De betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot f. 80.000,--, met handhaving van de overige veroordelingen.