ECLI:NL:HR:2001:AB2204
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van strafbare openbaarmaking in zaak aanprijzen drugs
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens het handelen in strijd met artikel 3b, eerste lid, van de Opiumwet, omdat hij in maart 1998 in Breda 60 wegwerpaanstekers met een opschrift van een coffeeshop ter verspreiding in voorraad had. De Hoge Raad nam het cassatieberoep in behandeling, waarbij geen middelen van cassatie waren voorgesteld door de verdachte zelf.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de bestreden uitspraak vernietigd moest worden voor wat betreft het bewezenverklaarde onder 4 en dat de verdachte vrijgesproken moest worden van dat onderdeel. De Hoge Raad oordeelde dat de term 'openbaarmaking' in artikel 3b Opiumwet moet worden uitgelegd als een feitelijke uiting die openbaar is gemaakt of onder het publiek is verspreid, en dat het enkel in voorraad hebben van geschikte voorwerpen daarvoor niet volstaat.
Omdat het bewezenverklaarde slechts inhield dat verdachte de aanstekers in voorraad had, zonder dat sprake was van een feitelijke openbaarmaking, was er geen sprake van een strafbare handeling. Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden vonnis voor zover het de strafbaarverklaring en strafoplegging betrof en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van strafbare openbaarmaking onder artikel 3b Opiumwet.