ECLI:NL:HR:2001:AD3944

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/025HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a RO
Verwijzingen
1 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing schadevordering Rabobank

Eiser vorderde schadevergoeding van de Rabobank wegens onrechtmatig handelen, welke vordering door de rechtbank werd afgewezen. De Rabobank vorderde in reconventie betaling van een bedrag van ƒ 39.061,64, waarvan de rechtbank een deel toewijst aan de Rabobank.

Eiser stelde hoger beroep in tegen het vonnis, maar het Gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis in zowel conventie als reconventie. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep zonder nadere motivering. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.

Uitspraak

9 november 2001
Eerste Kamer
Nr. C00/025HR
CP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK 'DEN HAM-VROOMSHOOP E.O.' B.A., gevestigd te Vroomshoop,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 10 maart 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Rabobank - gedagvaard voor de Rechtbank te Almelo en gevorderd de Rabobank te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de door [eiser] als gevolg van onrechtmatig handelen van de Rabobank geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 september 1992 c.q. de dag dat de betrokken schadepost (nadien) is opgekomen alsmede te vermeerderen met de door [eiser] gemaakte en te maken (buiten-)gerechtelijke incassokosten, voorzover deze niet door een ten laste van de Rabobank komende proceskostenveroordeling worden gedekt, eveneens nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Bij conclusie van antwoord heeft de Rabobank de vordering bestreden en in reconventie veroordeling van [eiser] gevorderd tot betaling van ƒ 39.061,64, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 12 juli 1995 tot aan de dag der algehele voldoening.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 26 juli 1995 een comparitie van partijen gelast.
[Eiser] heeft de vordering in reconventie van de Rabobank bestreden.
De Rechtbank heeft bij eindvonnis van 2 april 1997 in conventie de vordering van [eiser] afgewezen en in reconventie [eiser] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Rabobank te betalen een bedrag van ƒ 30.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 oktober 1992 tot de dag der algehele voldoening.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Nadat het Hof bij tussenarrest van 18 augustus 1998 [eiser] had toegelaten tot het leveren van bewijs, heeft het Hof bij eindarrest van 24 augustus 1999 het bestreden vonnis, zowel in conventie als in reconventie, bekrachtigd.
De arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Rabobank is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] door zijn advocaat toegelicht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 101a RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Rabobank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 november 2001.