ECLI:NL:PHR:2002:AE1530
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontbindende voorwaarde bij huurovereenkomst inzake bouwvergunning
Deze zaak betreft een geschil tussen Daewoo Motor Benelux B.V. en Aqua-Bass B.V. over de toepassing van een ontbindende voorwaarde in een huurovereenkomst. De voorwaarde hield in dat de overeenkomst kon worden ontbonden indien binnen drie maanden na een bepaalde datum een bouwvergunning voor een beoogde verbouwing zou worden geweigerd. Daewoo stelde dat deze voorwaarde was vervuld, terwijl Aqua-Bass nakoming van de overeenkomst verlangde.
De rechtbank stelde dat de ontbindende voorwaarde alleen geldt indien binnen de termijn van drie maanden aantoonbaar duidelijk wordt dat het verkrijgen van de bouwvergunning onmogelijk is. Daewoo had onvoldoende concreet bewijs geleverd dat dit het geval was, mede omdat zij geen overleg had gevoerd met de gemeente om alternatieve voorwaarden te bespreken. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat Daewoo zich niet op de ontbindende voorwaarde kon beroepen omdat zij niet had aangetoond dat binnen de termijn duidelijk was geworden dat de vergunning niet zou worden verleend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Daewoo en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de ontbindende voorwaarde niet was vervuld. De beslissing benadrukt het belang van tijdige en concrete bewijslevering bij het inroepen van ontbindende voorwaarden in huurovereenkomsten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de ontbindende voorwaarde niet was vervuld omdat niet binnen drie maanden aantoonbaar duidelijk was geworden dat de bouwvergunning niet kon worden verkregen.