ECLI:NL:HR:2001:AD4008
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over levensonderhoud na echtscheiding
De vrouw verzocht bij de Rechtbank Zutphen om echtscheiding van haar huwelijk uit 1979. De man bestreed dit en vorderde een maandelijkse bijdrage van ƒ 1.500 voor zijn levensonderhoud. De Rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde een onderhoudsbijdrage van ƒ 1.500 per maand op, beperkt tot één jaar.
Het Gerechtshof Arnhem bevestigde de echtscheiding en stelde vast dat de vrouw de bijdrage van ƒ 1.500 per maand aan de man moest betalen zonder de beperking tot één jaar. Het Hof liet bewijs toe over de inkomsten van de man en vernietigde het deel van de beschikking dat de bijdrage na één jaar beëindigde.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de maandelijkse onderhoudsbijdrage van ƒ 1.500 zonder tijdslimiet.