ECLI:NL:HR:2001:AD4339
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onrechtmatig binnentreden zonder geldige machtiging
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep in een woning. De politie trad de woning binnen op basis van een machtiging tot binnentreden, maar zonder dat de machtiging uitdrukkelijk toestond binnen te treden bij afwezigheid van de bewoner. Het hof verwierp het verweer van onrechtmatige bewijsgaring en oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was vanwege geluidsoverlast en meldingen van buren.
De Hoge Raad stelde vast dat volgens artikel 7, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden binnentreden bij afwezigheid van de bewoner slechts is toegestaan indien dit dringend noodzakelijk is en de machtiging dit uitdrukkelijk bepaalt. Omdat de machtiging dit niet deed, was het binnentreden onrechtmatig. Hierdoor kon het hofarrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting. Hiermee werd het belang van een correcte toepassing van de wettelijke regels omtrent binnentreden benadrukt, zeker bij afwezigheid van de bewoner.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof Arnhem wegens onrechtmatig binnentreden zonder geldige machtiging.