ECLI:NL:HR:2001:AD4585

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03625/00 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 94a Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking inzake beslag op geldbedrag en verwijst zaak terug voor herbehandeling

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg die het beklag van klager tegen de inbeslagname van een geldbedrag van 1.660.000 Belgische Franken ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich verzette tegen teruggave, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter het bedrag later zou verbeurd verklaren.

De Hoge Raad stelt dat de rechtbank de juiste maatstaf niet heeft toegepast. Het ging om een beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering, waarbij de vraag niet is of het hoogst onwaarschijnlijk is dat het bedrag verbeurd zal worden verklaard, maar of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter een geldboete of ontnemingsmaatregel tot minstens dat bedrag zal opleggen.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling van het klaagschrift. De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd dat het beroep verworpen moest worden, maar de Hoge Raad volgt dit niet en geeft een eigen oordeel over de juiste maatstaf.

De beschikking is gegeven door de vice-president Davids als voorzitter en de raadsheren Corstens en van Dorst, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2001.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling van het klaagschrift.

Uitspraak

20 november 2001
Strafkamer
nr. 03625/00 B
AS/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 19 september 2000, nummer 12/000043-00, op een beklag als bedoeld in
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:[klager], geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenvermelde beschikking omschreven goederen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. J. Wouters, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
3.1. De stukken waarvan de Hoge Raad kennis neemt, houden in dat, voorzover in cassatie nog van belang, onder de klager op de voet van art. 94a Sv een geldsbedrag van 1.660.000 Belgische Franken in beslag is genomen.
Daartegen is het beklag gericht. De Rechtbank heeft dit beklag ongegrond verklaard en daartoe onder meer
overwogen:
"Uit het onderzoek in raadkamer is voorts aannemelijk geworden dat tijdens de huiszoeking op 13 juni 2000 onder [klager] voornoemd een bedrag van Bfr. 1.660.000,00 in beslag is genomen. Het lid van de enkelvoudige kamer is met de officier van justitie van oordeel dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van voornoemd bedrag aan
klager, aangezien het in dit geval niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren."
3.2. Aldus oordelend heeft de Rechtbank miskend dat het hier een beslag op de voet van art. 94a Sv betrof, zodat de door haar te hanteren maatstaf niet was of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren, maar of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, een geldboete tot minstens die hoogte zal opleggen danwel aan de verdachte de verplichting tot betaling van een geldsbedrag tot minstens die hoogte ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen brengt mee dat het middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beschikking;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te
's-Gravenhage opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier W.J.V. Spek, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 november 2001.