ECLI:NL:HR:2001:AD4690
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vader krijgt alleen het gezag over minderjarige kinderen met omgangsregeling
De vader heeft bij het Kantongerecht te 's-Gravenhage verzocht om alleen met hem het gezag over zijn minderjarige kinderen te belasten en een omgangsregeling van één weekend per veertien dagen toe te wijzen. De moeder heeft dit verzoek bestreden. De Kantonrechter wees het verzoek af op 19 januari 2000. De vader ging in hoger beroep bij de Rechtbank te 's-Gravenhage, die de beschikking van de kantonrechter op 18 oktober 2000 bekrachtigde.
Tegen deze beschikking stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de vader en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties. Hiermee blijft het gezag bij de moeder en de omgangsregeling zoals vastgesteld in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vader niet alleen het gezag krijgt en de omgangsregeling wordt gehandhaafd.