ECLI:NL:HR:2001:AD4690

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/168HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H.J. Mijnssen
  • R. Herrmann
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vader krijgt alleen het gezag over minderjarige kinderen met omgangsregeling

De vader heeft bij het Kantongerecht te 's-Gravenhage verzocht om alleen met hem het gezag over zijn minderjarige kinderen te belasten en een omgangsregeling van één weekend per veertien dagen toe te wijzen. De moeder heeft dit verzoek bestreden. De Kantonrechter wees het verzoek af op 19 januari 2000. De vader ging in hoger beroep bij de Rechtbank te 's-Gravenhage, die de beschikking van de kantonrechter op 18 oktober 2000 bekrachtigde.

Tegen deze beschikking stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de vader en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties. Hiermee blijft het gezag bij de moeder en de omgangsregeling zoals vastgesteld in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vader niet alleen het gezag krijgt en de omgangsregeling wordt gehandhaafd.

Uitspraak

19 oktober 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/168HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.S. Florijn,
t e g e n
[De moeder], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Baetsen,
in welke procedure belanghebbende is:
DE STICHTING JEUGDZORG DEN HAAG / ZUID-HOLLAND NOORD, gevestigd te Voorburg,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 april 1999 ter griffie van het Kantongerecht te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
1. de vader alleen belast zal worden met de uitoefening van het gezag over de minderjarigen:
i. [kind 1], geboren op 21 oktober 1993 te [geboorteplaats];
ii. [kind 2], geboren op 26 mei 1995 te [geboorteplaats];
2. de vader gerechtigd zal zijn tot vrije omgang met voornoemde minderjarigen gedurende één weekeinde per veertien dagen.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De Kantonrechter heeft bij beschikking van 19 januari 2000 de vorderingen afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 oktober 2000 heeft de Rechtbank de beschikking bekrachtigd.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 oktober 2001.