ECLI:NL:HR:2001:AD4854
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake niet-ontvankelijkheid verzet tegen belastingaanslag
Belanghebbende stelde beroep in tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep en het daarop volgende verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn en de verzetstermijn. Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet de niet-ontvankelijkheid van het verzet had mogen uitspreken zonder belanghebbende eerst de gelegenheid te geven aannemelijk te maken dat het verzetschrift tijdig ter post is bezorgd of dat er omstandigheden zijn die het verzuim rechtvaardigen. Dit volgt uit het vereiste van behoorlijke rechtspleging en artikel 8:77, lid 1, aanhef en letter b, van de Algemene wet bestuursrecht.
Omdat het Hof deze gelegenheid niet heeft geboden, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt het griffierecht van belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.