ECLI:NL:HR:2001:AD5027
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-beschikking wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking van een onroerende zaak, maar diende dit bezwaar na de wettelijke termijn van zes weken in. Het hoofd van de afdeling Belastingen handhaafde de beschikking en het hof bevestigde deze beslissing. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het bezwaar ontvankelijk had verklaard ondanks de termijnoverschrijding. De bezwaartermijn is strikt en kan niet door het bestuursorgaan worden gewijzigd of verlengd. Vertrouwen op een mededeling van het bestuursorgaan die pas na afloop van de termijn bekend werd, kan de termijnoverschrijding niet rechtvaardigen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe beoordeling, waarbij moet worden onderzocht of er omstandigheden zijn die het verzuim van belanghebbende kunnen rechtvaardigen. Tevens werd het college verplicht het griffierecht van belanghebbende te vergoeden.
De Hoge Raad verwierp klachten over het niet verlenen van vermindering van griffierecht en het niet horen van belanghebbende, omdat daartoe geen verzoek was gedaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar het verwijzingshof zal beoordelen of een vergoeding aan belanghebbende toekomt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.