ECLI:NL:HR:2001:AD6423
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag inkomstenbelasting 1995 na niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 200.000. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de niet-ontvankelijkverklaring vernietigde en de aanslag handhaafde.
Tegen de uitspraak van het Hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling van de klachten oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden, mede op grond van artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee bleef de handhaving van de aanslag voor het jaar 1995 in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1995 blijft gehandhaafd.