Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2001:AD6423

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36278
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • J.W. van den Berge
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag inkomstenbelasting 1995 na niet-ontvankelijkverklaring bezwaar

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 200.000. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de niet-ontvankelijkverklaring vernietigde en de aanslag handhaafde.

Tegen de uitspraak van het Hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling van de klachten oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden, mede op grond van artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee bleef de handhaving van de aanslag voor het jaar 1995 in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1995 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 36.278
30 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2000, nr. 99/666, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 200.000. Het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak vernietigd en de aanslag gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.H. Beukenhorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2001.