ECLI:NL:HR:2001:AD6519
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.G. van Erp Taalman Kip
- F.H. Koster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet-naleving consignatieplicht
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Kantonrechter te Delft. De veroordeelde, woonachtig in Nederland en geboren in Marokko, werd door de Hoge Raad in de gelegenheid gesteld om te voldoen aan de consignatieplicht zoals gesteld in artikel 575, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit hield in dat hij het nog verschuldigde bedrag van 822 gulden en de kosten moest voldoen om ontvankelijk te zijn in het beroep.
Ondanks deze mogelijkheid en een termijn tot 10 januari 2001, heeft de veroordeelde niet aan deze verplichting voldaan. Hij gaf aan dat zijn financiële situatie dit onmogelijk maakte, maar de wet voorziet niet in vrijstelling van deze consignatieplicht in deze procedure. Hierdoor werd zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft deze beslissing genomen tijdens een openbare terechtzitting op 25 september 2001, waarbij de vice-president en twee raadsheren aanwezig waren. De uitspraak bevestigt het belang van het naleven van procedurele vereisten voor ontvankelijkheid in cassatieprocedures.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet voldoen aan de consignatieplicht.