ECLI:NL:HR:2001:ZC3667
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet wegens ziekte werknemer
De werknemer werd op 19 juni 1997 op staande voet ontslagen door ICM wegens vermeend ongeoorloofd verzuim vanaf 31 maart 1997. De werknemer stelde dat hij vanaf die datum ziek was en niet kon worden verweten dat hij ICM niet informeerde over zijn verblijf in het buitenland.
De Kantonrechter en de Rechtbank stelden vast dat de bewijslast voor de dringende reden bij ICM lag en dat ICM moest aantonen dat de werknemer gedurende de periode arbeidsgeschikt was. Een deskundigenrapport concludeerde dat de werknemer depressief was en in een dissociatieve fugue verkeerde, waardoor hij niet verwijtbaar kon worden gehouden voor zijn afwezigheid.
De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat ICM tegenbewijs moest leveren en dat de werknemer aanspraak maakte op doorbetaling van salaris zolang hij arbeidsongeschikt was. Het beroep van ICM werd verworpen en het ontslag werd als nietig beschouwd, met als gevolg dat het salaris vanaf de ziekmelding doorbetaald moet worden.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en ICM is veroordeeld tot doorbetaling van salaris vanaf 31 maart 1997.