Conclusie
advocaat: mr. K. Teuben
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Dit artikel regelt de second opinion als verplicht voorportaal voortoegang tot de rechter. In het algemeen deel van de toelichting isuiteengezet dat het doel is zoveel mogelijk te voorkomen dat de rechter onnodig wordt belast met geschillen over ziekte, voor de beslissing waarvan hij in belangrijke mate is aangewezen op advisering door een (onafhankelijke) deskundige, alsmede – mocht het tot een procedure komen – te bewerkstelligen dat het geschil al in een vroeg stadium helder is. Het biedt belangrijke voordelen als die deskundige al wordt ingeschakeld vóórdat de rechter zelf wordt benaderd. Het kabinet verwacht dat werkgever en werknemer zich in het algemeen bij het oordeel van de deskundige zullen neerleggen.”
dat het de rechter evenmin verboden is’, dat het niet zo is dat in kort geding
nooiteen verklaring van de werknemer kan worden gevraagd.
[A/B]oordeelde de Hoge Raad dat de werkgever een dergelijke betwisting ook voor het eerst tijdens de procedure kan doen (aangenomen dat hij de werknemer voorafgaand aan de procedure niet op het verkeerde been heeft gezet, dan geldt de tweede uitzondering). [15] De tweede uitzondering – die relevant is voor de onderhavige zaak – is als het overleggen van een UWV-deskundigenverklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd. In de memorie van toelichting wordt hierbij als voorbeeld gegeven dat een werkgever die voor aanvang van de procedure de ziekte van de werknemer steeds heeft erkend, daarop tijdens de procedure terugkomt. De werknemer behoort in dat geval niet te worden belast met de gevolgen van het feit dat hij door de opstelling van de werkgever op het verkeerde been is gezet en de rechter zal in zo’n geval een deskundige moeten benoemen. [16]
ICM/Huisoordeelde de Hoge Raad dat de door de rechtbank gegeven beslissing dat redelijkerwijs niet gevergd kon worden om een deskundigenverklaring over te leggen, gelet op het tijdsverloop sedert de uitval van de werknemer en de aard van zijn ziekte (psychische aandoening), niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. [18] Verder is van belang het arrest
[C] /Connexxion.In deze zaak had het hof de vordering van de werknemer afgewezen omdat geen verklaring van een UWV-deskundige was bijgevoegd. De Hoge Raad achtte dit oordeel onjuist: [19]
Subonderdeel 1.2voegt daaraan toe dat indien het hof niet in zijn algemeenheid heeft geoordeeld dat in een kort geding geen deskundigenverklaring door de werknemer hoeft te worden overgelegd maar slechts in dit specifieke geval, dat oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd is. Niet is toegelicht waarom [verweerder] in dit geval de verklaring niet kon aanvragen.
nietgevergd kan worden de deskundigenverklaring in het geding te brengen, aldus het subonderdeel.
dat voorshands onvoldoende duidelijk [is] dat zo’n door [eiseres] voorgestane verklaring het beroep op de rechter had kunnen voorkomen en de voor een efficiënte geschilbeslechting door de rechter benodigde informatie had kunnen verschaffen’ sluit daarbij aan. In deze overweging is niet te lezen dat het hof enige bewijslast op [eiseres] heeft gelegd of is uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling.
[C] /Connexxion, aangehaald onder 3.10).