ECLI:NL:HR:2001:ZD2673
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was bevestigd. De betrokkene was door de rechtbank verplicht tot betaling van een bedrag van 44.000 gulden aan de Staat, met een subsidiaire hechtenisstraf van 169 dagen. Het hof had dit vonnis bekrachtigd.
De betrokkene stelde een middel van cassatie voor, ingediend door zijn advocaat, gericht op vernietiging van het bestreden arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad het beroep te verwerpen. De Hoge Raad beoordeelde dat alleen middelen van cassatie die voldoen aan de eisen van art. 437 Sv Pro in behandeling kunnen worden genomen. De ingediende schriftuur voldeed niet aan deze vereisten en bleef daarom onbesproken.
Ambtshalve oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren om het arrest te vernietigen. Het beroep werd derhalve verworpen. Hiermee bleef de ontnemingsmaatregel ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel blijft gehandhaafd.