ECLI:NL:HR:2001:ZD2718
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak oplichting en valsheid in geschrift
In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meervoudige oplichting, poging tot oplichting, valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik van vals geschrift, gepleegd door een rechtspersoon waarbij verdachte feitelijke leiding gaf aan de verboden gedragingen. Het hof legde een gevangenisstraf van 24 maanden op met verbeurdverklaring.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Het middel in cassatie betrof het verwijt dat het hof niet had beslist op een verzoek tot het oproepen en horen van getuigen, dat volgens verdachte was vervat in een pleitnota uit eerste aanleg. De Hoge Raad oordeelde dat het enkele overleggen van een pleitnota uit eerste aanleg tijdens de terechtzitting in hoger beroep niet kan worden aangemerkt als een verzoek tot het horen van getuigen in de zin van artikel 330 Wetboek Pro van Strafvordering.
Verder bleek uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep dat geen dergelijk verzoek was gedaan. Daarom kon het middel niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad vond geen reden om ambtshalve tot vernietiging over te gaan en verwierp het beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren op 22 mei 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.